Auteursarchief: Gerrit Vromant

Over Gerrit Vromant

Social media consultant. Soms kritisch. Soms serieus. Soms zever. www.Welkelke.be is my bitch

Spotify, better than the real thing

 

 

Spotify, das toch echt de max hè. Echt waar zot man. Bijna alle muziek die ge maar wilt, altijd beschikbaar, en op meerdere toestellen. En voor 10 euro per maand om er geen reclame tussen te hebben kunt ge nu ook niet sukkelen. Ge betaalt meer aan uwe tv waar ge waarschijnlijk minder naar kijkt en u meer op enerveert.

Enfin, ik ben altijd grote fan geweest van muziek. In periodes. Was ik 12 dan was het vooral hip hop, dat bij het skaten hoorde. Wat ouder kwam er wat (punk)rock mee gemoeid en wat van de rustigere metal. Dan kwam er een periode van reggae en electro. En dat allemaal wat gemengd met de muziek van de papa: Pink Floyd, Sting, Springsteen, Kate Bush…

Dat allemaal leidde tot een pc met een harde schijf vol muziek. 95 GB muziek op het einde. Allemaal digitaal *ahem* gekocht. En ik was er fier op, op mijn collectie. Alle 15.000 mooi getagd volgens artiest, album, genre. Een playlistje was rap gemaakt op basis van mijn mood. En elke keer toen de examens eraan kwamen, spendeerde ik eerste een dagje voorbereidend werk: kijken of alle tags kloppen en waar nodig aanpassingen maken. Waar ik geen volledig album van had, mocht geen album tag staan. Alles moest binnen een 20-tal genres passen. Classificatie per 5 sterren, die dan ook mooi afgebeeld werden naast de titel. Ik was een echte Winamp hacker.

Maar eenmaal dat naar school gaan en de rest van de dag op de kamer spenderen gedaan was, werd het wat moeilijker. Ik trok min of meer in bij Elke op haar kot, daar muziek opzetten via mijn laptop was al wat ingewikkelder (laptop, zetel, kabels). Ik deed stage in Gent en spendeerde een ganse dag aan een andere computer. Grooveshark was een goede vriend voor op het werk. Maar beperkt in muziek en gebruik. Toen Spotify gelanceerd werd in bepaalde landen was het een kwestie van wat te hacken om het ook te hebben, maar elke maand opnieuw via een proxi dit en dat doen geraakte ik rap beu. Laat ook maar vallen dan.

Toen Google Music vorig jaar gelanceerd werd gebruikte ik dat. Heb wat moeten hacken, want is bij mijn weten nog steeds niet zomaar beschikbaar in België. Een keer alles uploaden naar de Google servers en van overal toegang tot mijn eigen bibliotheek. Ook op het werk. Leuk, maar weer gelimiteerd door de browser.

Anyway, fast forward naar nu: Spotify premium abonnement (9.90€ per maand). Spotify iPad app (gratis). Logitech wireless Bluetooth audio receiver (€30 bij Carrefour). AirPlay en een paar boxkes. Ik moet er geen tekeningske bij maken zeker?
En op het werk hebben we nog steeds toegang. Uit professionele redenen. De rest niet. Winning.

20120511-234219.jpg

Heb ze nog steeds staan, die 15.000 tracks. Ergens opgeborgen en gebackupt op de pc in onze bureaukamer. Misschien komen ze nog wel eens van pas. Om inspiratie op te doen. Of om uit nostalgie Winamp nog eens open te doen. Want dat mis ik wel. Die vrijheid om die muziek te taggen, ordenen en klasseren zoals ik het op dat moment wou. Zo kan iTunes het niet eens. Nu per genre, per album, per jaar. Dan per titel. Andere keer per mood of kweetnietwat. Wie maakt er een Winampify iPad app?


Meester waarom schrijven wij?…

Steek uw hand op, als u het weet, als het u believe. Want ik weet het niet goed. Voor de jol, fun, creativiteit? Uiting van frustraties, gevoelens, creativiteit? Of gewoon om af en toe die limiet van 140 karakters te kunnen vergeten.

Dan klapt ge al je keer met Minorissues over “wat is de focus van mijn blog”, om te moeten besluiten dat er geen focus hoeft te zijn. RSS is dood, dat weten we al lang. Wie het nog gebruikt, proficiat, maar de meeste mensen lezen enkel nog wat hun aanbevolen wordt. Ik bijvoorbeeld ook. Hoe graag ik je blog ook lees, als ik hem niet via Facebook of Twitter tegenkom, dan lees ik hem niet. Kom ik hem wel tegen, omdat jij, of nog beter: iemand anders, hem gedeeld heeft, dan lees ik het stukje en mogelijk nog enkele vorigen ook (hallo Houbi, jawel Michel). Zo is het. Sorry Google. Sorry friendfeed. Sorry ifttt.

En dan leest ge nog zoiets bij Jan. Gewoon schrijven, niet nadenken. Doen waar je je goed bij voelt. Niet wat je denkt dat de mensen willen.

Daarom: wil ik mopjes maken over Gertje en Josje, fijn. Wil ik wat professioneler gaan en schrijven over mijn werk, waarom ook niet. Elke post staat op zich. En al zijn er nog steeds abonnees (ja jij Guido), die moeten dan maar soms de rommel erbij nemen. Of hun social aggregatie maar eens wat beter optimaliseren. Up to you.

Ciao, suckers. Dit is mijn plekje.

Ps: zei er iemand namedrop?


Sorry dat ik je doodwenste, jacuzziman

Zaterdag was het Red Bull Zeepkistenrace in Brussel. De lieve jongens en meisjes van Enchanté nodigde mezelf en Elke uit als VIP. Om wat live verslag uit te brengen via Twitter en over te bloggen enzo. Ge weet wel.

Anyway, die zeepkistenrace, de max. Al jaren werd dat georganiseerd in Tombeek, Overijse, maar ben er nooit naartoe geweest. Weet niet goed waarom, want er was wel telkens volk, maar ik heb precies wat tegen TÉ volkse evenementen. Kermiskoersen, Omelettenkermissen, zeepkistenraces enzo.

Maar deze versie was van Red Bull, de mannen die zich binden aan alles wat extreme sporten zijn. En Brussel, Europese hoofdstad, en naart schijnt ook “flagship zeepkistenrace” van Red Bull. Zo was er snelheid, toneeltjes, crashes, jumpkes, slaloms, 90° bochten, rook, vuur enzovoort. Entertainment in al zijn vormen dus. Ook de barbaarse vormen, waarin pijn van een ander entertainment voor mij betekent. Zoals het moet, dus. Merci Red Bull.

Oja, lap, nu nog even de titel uitleggen: de voorlaatste deelnemer reed in een jacuzzi omgebouwd tot zeepkist. Wat in het begin leek als een lamborgini, bleek achteraf een gevaarlijk wapen te zijn in de grote bocht. Een jacuzzi op je hoofd krijgen lijkt me niet zo leuk. Sorry dat ik je een crash toewenste, jacuzziman. Het ga je goed.n


Een lesje in nederigheid

Iedereen kan het gebruiken. Maar vooral wij. Wij twitteraars, wij early adopters, wij social media verslaafden.

Want wij roepen zo hard, meneer. En wij willen dat iedereen ons hoort, mevrouw. En wij gaan er van uit dat iedereen ons hoort. Want wij zijn twitteraars, de spreekbuis van het volk. En soms hebben we gelijk, soms denken we dat we mensenlevens redden, soms komen we in de krant.

Maar eigenlijk is het allemaal zo beperkt. Wat zijn een paar tweets, mentions hashtags en retweets écht waard. Waarom willen wij dat bedrijven naar ons luisteren? Ze staan zitten toch ook niet op café? Wij twitteraars zijn niet gelijk aan de gemiddelde Belg. Neen, verre van. Maar toch blijven we denken van wel.

Twitter is en blijft een select clubje van plezante en creatieve mensen. En Justin Biebers, ja die ook. Maar die doen het enkel daarom. Wij, die plezante en creatieve mensen, we denken dat we belangrijk zijn. Maar we zijn ook maar met een paar honderd. Duizend misschien.

Als we nu eens wat minder zouden schreeuwen? Onszelf wat minder belangrijk achten. Alles eens relativeren. Wat zou dat geven?


Ads verkopen onder het mom van engagement, of wat er mis is met Facebook Insights

Sinds Facebook de People Talking About This (PTAT) metric introduceerde gaat het niet meer enkel om zo veel mogelijk “Likes” of fans te verzamelen, maar om engagement. 100.000 fans gekocht op de BlackHatMarket zijn niets meer waard. Als deze fans niet praten over je merk heb je er niets aan.

Goed, Facebook, goed. Maar jullie People Talking About This geeft toch niet helemaal weer hoe engagement werkt. Ik citeer:

People Talking About This is the number of unique users who have created a “story” about a page in a seven-day period.

We breken het even in kleine stukjes:

People Talking About This is:

The number of unique users: Unieke gebruikers. Dus iemand die 10 keer reageert telt maar 1 keer?

Who have created a “story” about a page: Een interactie genereert een story, meestal in de ticker, soms in de newsfeed. Verschillende visibiliteit voor deze 2, maar ok. Het grote probleem hier ligt bij wat er een story genereert.

Users create stories when they: like a page, post on the page wall, like a post, comment on a post, share a post, answer a question, RSVP to a page’s event, mention the page in a post, tag the page in a photo, check in at a place, share a check-in deal, like a check-in deal, write a recommendation.

Dus iemand die je foto of video bekijkt genereert geen story, dus wordt hier niet in gerekend. Nuja, ok. Moeilijk in rekening te brengen, denk ik. Waarom niet. Maar iemand die een pagina liket (leuk vindt / fan wordt) genereert een story en zal dus meegerekend worden in PTAT. Op zich niets mis mee, die persoon heeft zijn liefde voor het merk betuigt via een like en genereert hierbij een story. Probleem is dat likes kopen op Facebook vrij gemakkelijk is via advertenties (niets mis mee, btw). Draai dus voor een paar duizend euro’s Facebook ads, en zie je PTAT stijgen. En dan maar stoeffen met je hoge percentage PTAT.

Een oefening:

Hier zie je een overzicht van Belgische pagina’s, gerangschikt volgens aantal People Talking About This. Dit is gemaakt op maandag 9 april voor een van onze klanten. De basis komt van op fbstore.be, het percentage PTAT heb ik zelf manueel toegevoegd.

Ik rangschik deze top 21 in 3 categoriën:

  • Hoge PTAT percentage: Jupiler, Twix, Snickers, Ben&Jerry’s. Veel fans, hoge PTAT. Leuk merken ja, maar ook merken dat momenteel Facebook ads hebben draaien. Als we even kijken naar bijvoorbeeld Jupiler (via https://www.facebook.com/jupiler/likes) zien we dat zij momenteel veel nieuwe fans genereren, en daardoor een hoge PTAT. Rechts de ad die ik 2 minuten later tegenkwam.

  • Medium percentage PTAT: Studio Brussel, Nieuwsblad, DH, Sporza. Pagina’s van media. Media die op basis van hun eigenheid conversaties genereren. Hun likes & PTAT evolutie gaat als volgt: steady. (Vb https://www.facebook.com/nieuwsblad.be/likes)
  • Laag percentage PTAT: Quick, Walibi, M&M’s. Grote pagina’s, met veel fans, die momenteel geen ads hebben draaien. 2 percent is al vrij goed. 2 percent.

in a seven-day period: Dus engagement wordt gemeten op 7 dagen? Jullie tonen dus newsfeed updates aan gemiddeld 16%, maar willen dan wel dat een Facebookpagina probeert elke 7 dagen alle fans te bereiken? Seriously? Ik hoef niet iedereen elke 7 dagen te bereiken. 30 dagen lijkt mij een interessanter termijn.

So anyway, er zijn andere manieren om engagement te meten. Die hiermee rekening houden. Bijvoorbeeld socialbakers analytics pro (betalend). Of exporteer eens de excel file van uw Facebook Insights. Veel informatie daarin die je niet in de insights dashboard ziet. Heel veel meer. Pak eens een paar uur de tijd om alles te bekijken. Maar dat is voor een andere keer.

Maar, dus terug naar de titel van de blogpost: PTAT about is dus gewoon een metric ingevoerd door Facebook om u meer te doen investeren in Facebook media onder het mom van engagement. There, I said it.

So, what do you think?


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.964 other followers